BIJNIERUITPUTTING & TEMPERATUUR

Metabole temperatuurgrafiek 

De metabole temperatuurgrafiek van dr. Rind is een methode om dagelijkse temperaturen te meten en te interpreteren om inzicht te krijgen inzake de metabole energie die in verband staat met zowel de bijnier- als de schildklierfunctie.
Neem je temperatuur op: een snelle en gemakkelijke manier om je metabolische gezondheid vast te stellen

Als je je niet zo goed voelt, neem dan je temperatuur op. Niet om te zien of je koorts hebt. Maar temperaturen laten iemands staat van metabole energie zien. De gemiddelde dagtemperatuur van een gezond mens is 37°C wat 37°C de optimale (als tegenovergestelde van normale*) temperatuur maakt. Lager dan optimale temperaturen geeft een lagere dan optimale metabole staat aan, die meestal door het schildkliermechanisme beheerst wordt. Een zeer variabele temperatuur geeft een onstabiel of uitgeput bijniersysteem weer. Op de weg naar gezondheid wil je, indien mogelijk, dus van lage en/of onstabiele temperaturen naar 37°C en stabiel gaan.

De metabole temperatuurgrafiek is een extreem waardevol feedbackmiddel, dat een serie richtlijnen geeft waarmee je kunt zien of je temperaturen in de richting van een gezonde, metabole situatie gaan of juist in tegengestelde richting. Het geeft inzicht of de therapieën werken of niet. Deze feedback helpt met het op dagelijkse basis begeleiden van het behandelprogramma.
Het is erg belangrijk om de aanwijzingen te volgen om je eigen metabole grafiek te maken zodra je weet dat je een probleem hebt met je schildklier en/of je bijnieren of wanneer je lijdt aan symptomen die met lage metabole energie gepaard gaan. Dit zal je een uitgangspunt geven van waaruit je kunt werken. Als er eenmaal corrigerende acties onderweg zijn, zal het temperatuurpatroon je laten zien hoe je gezondheid vooruit gaat.

*Optimaal in tegenstelling tot normaal. De regelmatig gebezigde term “normaal” verwijst naar een wiskundige of statistische situatie. Een “normale” gezondheidsstaat betekent waarschijnlijk dat je wat medische problemen hebt. Het kan normaal zijn om op 76-jarige leeftijd te sterven, maar als je 75 jaar oud bent kun je beslissen dat wat je echt wilt een “optimale gezondheid” is in tegenstelling tot een “normale” gezondheid. Normaal is niet hetzelfde als optimaal, of het nu naar een lang leven verwijst of naar een lichaamstemperatuur of een labuitslag.

Het herkennen van bijnier- en schildkliercorrectiepatronen

Hoewel ik meer dan een dozijn temperatuurcorrectiepatronen voor een zelfde aantal metabolische disfunctieprofielen gedocumenteerd heb, komen bijnier- en schildkliercorrectiepatronen het vaakst voor.

Werkt mijn bijniertherapie? 

Hieronder laat een typisch temperatuurpatroon zien wat we bij iemand kunnen zien die goede bijnierondersteuning krijgt en die een middelmatige tot goede reactie heeft.

Uitleg van het diagram: 
A. Onstabiele temperaturen: bijnieruitputting. De kerntemperaturen hebben brede variaties. Ze hebben de neiging om te stijgen bij warm weer en te dalen bij koud weer. 
B. Verminderde veranderlijkheid: bij bijnierondersteuning vermindert de veranderlijkheid, naarmate de klierfunctie beter wordt (temperaturen worden stabieler). 
C. Laag maar stabiel: nadat de temperaturen gestabiliseerd zijn blijven ze nog steeds laag maar relatief stabiel. 
D. Stabiel en stijgend: na een periode van stabiliteit is de volgende fase een langzame stijging van de gemiddelde kerntemperatuur. 
E. Stabiel 37°C: dit is typisch voor een gezonde metabolische situatie. 

Wanneer de bijnierondersteuning goed werkt, kunnen de fases A t/m D, afhankelijk van het individu, elk ten minste van één week tot enkele maanden in beslag nemen. Bij iedere individuele persoon lijkt iedere fase tenminste ongeveer even lang te duren (bijv korte tijd versus lange tijd). Sommige fases kunnen samensmelten. A en D kunnen bijvoorbeeld combineren tot een stijgend, stabiliserend patroon zonder dat patroon C optreedt. Ik heb in feite een paar mensen direct van A naar E zien gaan. Het kan zowel 1-2 weken als een paar maanden duren om van A naar E te gaan. Hopelijk zal fase E permanent zijn. Wanneer de bijnieruitputting ernstiger is (meestal langer geduurd heeft) kunnen alle fases van A t/m D langer duren en kan fase E minder zeker zijn. Als er binnen 2-3 maanden geen vooruitgang gezien wordt dan is er gewoonlijk een ander probleem aanwezig zoals toxiciteit etc. 

Werkt mijn schildkliertherapie? 

Hieronder laat een typisch temperatuurpatroon zien wat we te zien kunnen krijgen bij iemand die goede schildklierondersteuning krijgt en die daar gemiddelde tot goed op reageert. 
Wanneer er alleen problemen met de schildklier zijn is het patroon verbazingwekkend stabiel en kunnen we patronen met rechte lijnen zien. 
Uitleg van het diagram: 
A. Stabiel een laag: basislijntemperaturen. Een lage temperatuur geeft een lagere dan normale schildklieractiviteit weer. 
B. Stabiel en stijgend: na het beginnen met of het verhogen van de dosering schildklierhormoonvervangingsmedicatie stijgt de temperatuur gestaag. 
C. Stabiel maar laat een plateau zien: het temperatuurplateau op metabool niveau tot waar de huidige schildkliermedicatie hem kan brengen. 
D. Stabiel 37°C: wanneer de juiste dosering schildkliervervangingsmedicatie bereikt is, is de temperatuur stabiel bij 37°C. Let op dat wanneer de bijnieren dit energieniveau niet aan kunnen, we een uitbreidingspatroon kunnen zien dat gevolgd wordt door een daling van de temperatuur (zie typische temperatuurpatronen). 

Hoe je temperaturen moet meten en in een grafiek moet verwerken 

Hoe je temperaturen moet meten 

Temperaturen worden oraal gemeten. Zorg dat de thermometer diep onder de tong gestoken wordt. Neem drie keer je temperatuur op met ongeveer drie uur ertussen, te beginnen ongeveer 3 uur nadat je opgestaan bent. Als je bijvoorbeeld om 6 uur wakker wordt, meet je je temperatuur rond 09.00u, 12.00u en 15.00u. Probeer om je temperatuur pas 20 minuten na activiteit of eten en drinken te meten. Zelfs de trap oplopen kan iemands temperatuur gedurende een korte tijd laten stijgen. Als je je temperatuur een paar maal achter elkaar meet, zul je steeds stijgende temperaturen meten. Dit komt door de spieractiviteit van de tong en de mond. Meet dus maar één maal. Digitale thermometers zijn het meest geschikt om het metabolisme te controleren. Er zijn veel goede modellen te koop. Ik vind de Lumiscope Digital Thermometer een van de meest nauwkeurige thermometer voor die prijs en ik gebruik deze bij mijn patiënten. Ik raad geen kwikthermometers aan: zij stellen de leefomgeving bloot aan toxisch kwik wanneer ze breken; ze zijn langzaam en de nauwkeurigheid hangt af van de tijdsduur dat je ze, iedere keer dat je meet, in je mond houdt. Ik adviseer geen axillaire thermometers (onder de arm) omdat de oksels relatief koeler zijn en variabeler bij mensen met gestresste bijnieren. Oorthermometers zijn het minst nauwkeurig van allemaal. 

Hoe moet je temperaturen in de grafiek weergeven 

1. Noteer alleen het dagelijkse gemiddelde. Schrijft duidelijk, gebruik zwarte inkt als het kan (het kopieert en faxt beter). 

2. Gebruik in plaats van een punt of een “x” een getal dat aangeeft hoe vaak je die dag je temperatuur gemeten hebt. Als je dus te temperatuur drie keer gemeten hebt dan zet je een 3 in de cel die het gemiddelde van die drie temperaturen weergeeft. Of wanneer je slechts eenmaal je temperatuur gemeten hebt zet je een 1 in de cel die die ene temperatuur weergeeft. Ze zouden er respectievelijk aldus uit moeten zien: 
of




3. Geef belangrijke gebeurtenissen op de kaart aan. Bijvoorbeeld het beginnen met een nieuwe medicatie, het veranderen van de dosering, ziekte, stress, “had een geweldige dag”, “sliep meer dan normaal” enz. Deze zijn zeer belangrijk bij het interpreteren van de grafiek. In situaties waar er een verandering in het temperatuurpatroon is, is het nuttig achteraf mogelijke gebeurtenissen of veranderingen in overweging te nemen die waardevol kunnen zijn bij de interpretatie. 

4. Verbind de getallen met een lijn. Wanneer je een bepaalde dag geen temperatuur gemeten hebt dan laat je de lijn niet door doorlopen bij die dag. Stop gewoon en begin opnieuw met de lijn. Gebruik gekleurde highlighters om de grafiek gemakkelijker te kunnen analyseren (zie het gekleurde voorbeeld). 
Gebruik deze Unmarked and Sample graphs om te beginnen. Herinner je dat de metabole temperatuurgrafiek in werkelijk een vermomde navigatiekaart is. Hoe nauwkeuriger je hem invult, hoe gedetailleerder en nuttig de kaart is. Hij zal je helpen om naar de 37°C en een betere gezondheid te navigeren. Weet dat het beter is om een temperatuurgrafiek te maken die niet perfect is met minder dan drie temperaturen per dag, te veel of te weinig tijd tussen temperaturen en te snel na lichamelijke activiteit of rust dan om er helemaal geen te maken. 

De resultaten interpreteren 

Het interpreteren van de verzamelde informatie is zowel een wetenschap als een kunst. Hier zijn een paar basisprincipes. 

o Thermale activiteit reflecteert metabole acitiviteit. Een lage temperatuur betekent een laag metabolisme en omgekeerd. De temperatuur die meestal gevonden wordt bij een ouder, fragieler en bleker persoon is laag en ligt meestal tussen 35 en 37°C wanneer er geen infectie aanwezig is. Een gezond persoon zal een gemiddelde temperatuur van 37°C hebben maar kan 37.8° of hoger zijn in een situatie van hyperthyreoidie of kan wel 40 tot 40.5°C zijn bij koorts, dit zijn hypermetabole condities. 

o Een grote veranderlijkheid van dagelijkse temperaturen laat een zwakke bijnierfunctie zien omdat de bijnieren het lichaam helpen om stabiliteit te bewaren. Een goede bijnierfunctie produceert een stabiele temperatuur. Naarmate de bijnierfunctie verbetert, vermindert de veranderlijkheid van de temperatuur en omgekeerd. Naarmate de bijnieren gestresst raken (ofwel door emotionele stress, buitensporige metabole stimulatie zoals te veel schildklierstimulatie of door andere oorzaken), neemt de veranderlijkheid toe. 
o In een situatie van hypothyreoïdie zijn de gemiddelden van dag tot dag laag en zeer stabiel. In een hypoadrenale staat inclusief bijnieruitputting of bijnierstress zijn temperaturen laag en onstabiel – de ene dag zijn de misschien gemiddeld 35.5°C en de volgende dag één of twee graden hoger. 

o Wanneer de temperatuurgrafiek de routekaart is, zijn de verklarende aantekeningen de verkeersborden. Zonder deze borden worden de patroonveranderingen zeer moeilijk te interpreteren. Deze aantekeningen laten het verband zien tussen de temperatuursgegevens. Ze laten ook zien welke onderdelen van het behandelprogramma werken en welke onderdelen en andere factoren niet. 

o Beschrijvingen van typische patronen die men kan observeren zijn: 

Uitleg van het diagram 
o Stabiel: gezien bij uitstekende gezondheid of bij hypothyroidiele. 

o Onstabiel: slechte bijnierfunctie 

o Contractiepatroon. De veranderlijkheid van de temperatuur wordt minder op een cyclische manier die één of meer dagen per cyclus in beslag neemt. Het laat een patroon zien dat stabiliseert, wat laat zien dat de bijnieren niet zo gestresst zijn als voorheen. Dit gebeurt omdat ze ofwel sterker zijn of doordat er een last van ze weggenomen is zoals minder schildklierstimulatie of een succesvol einde aan een stressvolle situatie. 

o Stijgend patroon. Dit patroon wordt gezien wanneer er een verbetering van metabole energie is. Het patroon kan stabiel of onstabiel zijn, maar de beweging is in opwaartse richting. 

o Expansiepatroon. De veranderlijkheid neemt toe. Het laat een patroon zien dat minder stabiel wordt, wat een grotere stress op de bijnieren aangeeft en een verminderde capaciteit om de huidige last op de bijnieren op te vangen. Het wordt vaak bij het begin van stress gezien (bijv. de familie trekt voor een maand bij je in) of bij een toegenomen metabolisme dat de bijniertolerantie te boven gaat (bijv door het nemen van slow-release T3, twee maal daags 30 mcg, terwijl de patiënt slechts 15 mcg twee maal daags veilig verdraagt, of gewone Cytomel, eenmaal daags 25 mcg wat wild fluctuerende niveaus T3 in het bloed veroorzaakt die ’s ochtends hoog zijn en snel dalen gedurende de dag waarbij ze een onstabiele metabole situatie produceren en op die manier de bijnieren belasten). 

o Meer stabiele en lagere temperatuur. Dit is vaak het eindresultaat van een expansiepatroon en wordt aan het eind van het expansiepatroon gezien. De lichaamstemperatuur daalt naar een lager niveau dat gemakkelijker door de bijnieren verdragen wordt . 

o Koortspatroon. Een plotselinge stijging van de temperatuur die gewoonlijk één of meer dagen duurt en dan weer terugkeert naar de oorspronkelijke basislijn. Een langdurige infectie kan langdurige temperatuursverhoging geven.