BIJNIERUITPUTTING & GRAAN

Bijnieruitputting? Stop met graan! 
Waarom hebben onze darmen en spijsvertering zo'n moeite met granen en peulvruchten? Dat zit hem in voornamelijk in drie stoffen: fytinezuur, lectinen en saponinen. Granen en peulvruchten zijn het zaad van de plant. De plant beschermt dit zaad tegen alles wat het aantast: insecten, bacteriën en schimmels maar ook tegen consumptie. Fytinezuur, lectine, saponinen beschadigen onze darmwand maar kunnen, eenmaal opgenomen in het bloed, dat ook doen met de weefsels. Lectinen bijvoorbeeld maken een gaatje in je darmwand en veroorzaken daar ontstekingen. Fytinezuur bindt mineralen en onttrekt deze aan je lichaam. Saponinen werken op het zenuwstelsel. Naast zetmeel en koolhydraten bevat graan een aantal anti-nutriënten. Anti-nutriënten zijn met name bedoeld ter bescherming van het zaad. Graan bevat fytinezuur, dit vormt mineralencomplexen in de darm en voorkomt de opname van calcium (structuur botten, behoudt van pH), zink (aflezen DNA, enzymatische processen en voortplanting) en ijzer (binding van zuurstof, voorkoming infecties). Graan is in feite een mineralen ’rover’.

Graan bevat anti-nutriënten die het biotine metabolisme in de darm onderdrukken. Bij biotine (vitamine H) tekorten zien we de volgende klachten: doffe haren, slechte nagels en dermatitis (huidklachten).

Anti-nutriënten

Alkylresorcinols zitten vooral in rogge en tarwe, met name in de zemel. Alkylresorcinols breken rode bloedlichaampjes af (bloedarmoede), veroorzaken DNA mutaties, degenereren lever en nieren
waardoor de functie terugloopt en stimuleren ontstekingen.

Fytinezuur bindt de mineralen calcium, ijzer, zink, koper en magnesium. Fytinezuur hecht zich aan belangrijke mineralen waardoor die we die niet meer op kunnen nemen. Maar ook remt het enzymen af die we nodig hebben om ons voedsel te verteren. Commercieel volkorenbrood en ontbijtgranen zijn echte fytinebommen.

Alpha amylase remmers veroorzaken hypertrofie van de pancreas bij dieren (bij mensen is dit niet onderzocht). Alpha amylase is een enzym gemaakt door speeksel en pancreas en is noodzakelijk voor de afbraak en vertering van zetmeel. In wezen gaan granen, zelf zetmeelhoudend, de vertering van zetmeel tegen. Onverteerd zetmeel heeft invloed op de bacterieflora in de darmen; met name transiënte flora bacterieën zoals salmonella en clostridia en candidastammen proviteren hiervan.

Gliadine zit met name in tarwe en rogge. Het beïnvloed de integriteit van tight junctions. Deze tight
junctions vormen de verbinding tussen darmwandcellen. Gliadine veroorzaakt zo hyperpermeabiliteit
van de darmwand waardoor grote eiwitstructuren de bloedbaan kunnen bereiken en een allergische
reactie veroorzaken.

Solanine vind je in groentes van de familie van de nachtschades. Het is een neurotoxine. Solanine kan het centrale zenuwstel aantasten. In de familie van de nachtschades behoren de volgende gewassen: paprika, tomaat, aubergine, aardappel en pepers. De planten gebruiken solanine als afweermechanisme voor insecten, ziekten en roofdieren. De belangrijkste klachten zijn hoofdpijn, misselijkheid en problemen aan het spijsverteringsstelsel. Verhitting lijkt de hoeveelheid solanine te verminderen.

Lectines komen veel voor in de plantenwereld. De meeste lectines hebben geen negatieve invloed op
de mens. Er zijn echter uitzonderingen. Met name lectines uit graan, sojabonen en pinda’s hebben een nadelig effect. Lectines zijn hittestabiel dat wil zeggen dat ze ook bij hoge temperaturen in tact blijven. Lectinen worden niet in het maagdarmkanaal afgebroken. Ze binden zich aan het darmslijmvlies en, eenmaal opgenomen in het bloed, aan de bloedvaten en rode bloedcellen. In het bloed zorgen de lectinen voor het samenklonteren van rode bloedcellen. Ze zijn bovendien bestand tegen spijsverteringsenzymen, dat wil zeggen dat ze niet afgebroken kunnen worden. Lectines beschadigen (net als gliadine) het darm epitheel, veroorzaken een hyperpermeabele darm, beïnvloeden de opname en de vertering van voedingsstoffen, veroorzaken darmflora verschuivingen, beïnvloeden de afweer in de darmen en geven een verschuiving binnen het afweersysteem richting TH2 waardoor men gevoelig(er) wordt voor allergiën, auto-immuunprocessen en kanker. Lectines gaan, als ze eenmaal de darmwand gepasseerd zijn in DNA cortisol poriën zitten. Ze veroorzaken een cortisolresistentie waardoor cortisol geen werking heeft. Ratten die 10 gram graan krijgen hebben de helft minder migratie van het cortisol response element (dus ook de helft minder cortisol effect). Ratten die 20 gram graan krijgen hebben helemaal geen migratie meer. Die reageren dus helemaal niet meer op cortisol. Het duurt daarna 24 uur voordat er weer ‘cortisol-transport’ mogelijk is richting het DNA. Lees hier meer over lectines.

Bedenk dat cortisol niet alleen een stress hormoon is maar ook een ontstekingsremmer en een
immuunregulator. Een goede cortisolwerking is dan ook noodzakelijk ter voorkoming van allerlei
ontstekingsziektebeelden. Bovendien voorkomt cortisol ontsporingen van je afweersysteem (denk aan
auto-immuunziektes en allergiën). Fijn om te weten: lectines zitten met name in de vezels. Wit, flink uitgezeefd brood bevat om die reden aanmerkelijk minder lectines.